Faillissement

Ontwikkelingen in wetgeving: de Faillissementswet

De Faillissementswet in Nederland dateert uit 1893 en is momenteel aan kritiek onderhevig: de wetgeving is van oudsher vooral gericht op de schuldeiser, terwijl in andere landen veel meer de nadruk ligt op het doorgaan, of het redden van de onderneming. Ook de wetgeving in Nederland lijkt zich nu steeds meer te richten op het redden van de onderneming in moeilijkheden. Recentelijk zijn een aantal wetswijzigingen ingediend die een (bijna) failliete onderneming meer kans geven op een her- of doorstart:  

  • Een enkele dwarsliggende schuldeiser kan in bepaalde gevallen gedwongen worden mee te werken aan een schuldsanering. Zie hiervoor ook ons artikel: Nieuw wetsvoorstel leidt tot minder faillissementen 
  • Banken en geldschieters krijgen meer zekerheid wanneer ze een noodkrediet verlenen.

Met deze wijzigingen wordt de positie van het bedrijf ten opzichte van haar schuldeisers versterkt. De regering hoopt hiermee het aantal faillissementen te kunnen verminderen. De maatregelen lijken afgekeken van de Amerikaanse situatie, waar een bedrijf in moeilijkheden onder ‘Chapter 11’ , onder voorwaarden, in staat wordt gesteld te saneren of noodkrediet aan te trekken.

Wanneer is een bedrijf failliet?

Wanneer een bedrijf niet langer in staat is de rekeningen te betalen, kan de rechtbank een faillissement uitspreken. Om van een faillissement te spreken, moet aan twee voorwaarden worden voldaan”, zegt Pieter Knabben, directeur en oprichter van het Nationaal Faillissement Preventie Instituut.

“Bedrijven moeten hun rekeningen structureel niet meer kunnen betalen én er is geen beterschap in zicht. Voor een faillissement wordt uitgesproken, moet het faillissement eerst officieel worden aangevraagd. 

Wie kan een faillissement aanvragen?

Er zijn vier partijen die een faillissement kunnen aanvragen:

  • De ondernemer (de schuldenaar) zelf
  • Twee of meer schuldeisers, onder leiding van een advocaat
  • Het Openbaar Ministerie, als het faillissement in het openbaar belang is
  • De rechtbank als gevolg van de WSNP, de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen

De rechter beslist uiteindelijk of een bedrijf failliet is. De rechter heeft na een faillissementsaanvraag drie mogelijke uitspraken: 

1. Faillissementsaanvraag afgekeurd: in dit geval kan het bedrijf volgens de rechter nog wel aan uw betalingsverplichting voldoen.   2. Faillissement wordt schuldsanering: als natuurlijk persoon kan de rechtbank oordelen dat u een saneringsplan krijgt om uw bedrijf te redden onder leiding van een bewindvoerder. In dit geval gaat u met uw schuldeisers om tafel om tot een akkoord te komen over bijvoorbeeld een vermindering van uw opstaande schuld. Verandering in faillissementswetgeving zal het in de toekomst makkelijker maken om tot een akkoord te komen met uw schuldeisers. Dit leidt in de toekomst mogelijk tot minder faillissementen.   3. Failliet verklaard: wanneer de rechter beoordeelt dat u niet meer aan uw verplichtingen kunt voldoen, wordt u failliet verklaard.

Hoe ziet de procedure van een faillissement eruit?

Wanneer uw bedrijf, of die van uw zakenrelatie failliet gaat, ziet de procedure er volgt uit:  

  • Eén van de vier bovengenoemde partijen vraagt het faillissement aan bij de rechtbank in de regio van de schuldenaar. Let op dat wanneer u schuldeiser bent, u moet kunnen aantonen dat u de schuldenaar meerdere keren hebt aangemaand, en daarna in gebreke hebt gesteld.
  • De rechtbank stelt vervolgens, na het uitspreken van het faillissement, een curator en een rechter-commissaris aan. De faillietverklaarde wordt handelingsonbevoegd verklaard. De curator is de enige die handelend mag optreden; zijn taak is het te gelde maken van de failliete boedel ten behoeve van de schuldeisers.  
  • De rechter-commissaris houdt toezicht op de werkzaamheden van de curator. De rechter-commissaris heeft nog enkele aanvullende bevoegdheden, zoals het oproepen en horen van getuigen en sommige gevallen zelfs het in hechtenis nemen van de failliet verklaarde. Ook moet de rechter-commissaris toestemming geven voor het ontslaan van personeel of de verkoop van inboedel c.q. goederen.  
  • Het faillissement eindigt als de schuld is betaald, er een akkoord is met de schuldeisers of als blijkt dat de schuldenaar onvoldoende vermogen heeft om de schulden te betalen. De schulden blijven dan staan.

Wat doet de curator tijdens een faillissement?

De curator neemt de handelingsbevoegdheid over van de schuldenaar. Zijn taak is om de failliete boedel te gelde te maken en het geld te verdelen onder de schuldeisers.  In hoofdlijnen zijn de taken van de  van de curator:

  • Het openbaar maken van het vonnis in o.a. een landelijk dagblad.
  • Het opstellen van een lijst met schulden en baten, in samenwerking met de schuldenaar.
  • Het voorbereiden van de zogenaamde verificatievergadering, waar de lijst met schulden wordt vastgesteld.

Het overgebleven geld gaat naar…?

De curator verdeelt de te gelde gemaakte boedel onder de schuldeisers. Er zijn preferente schuldeisers en concurrente schuldeisers. 

  • De preferente krijgen voorrang: de fiscus, het UWV en de bank.
  • Het overgebleven bedrag gaat naar de concurrenten, de ‘gewone’ schuldeisers. 

De recht beslist uiteindelijk over het toekennen van de bedragen. Volgens recente cijfers komt bij een faillissement slechts in 6% van de gevallen geld terecht bij de concurrente crediteuren. Het is dan ook aan te bevelen dat schuldeisers eerst in gesprek gaan met de schuldenaar om tot een compromis te komen. De kans is anders groot dat u als scheideiser met lege handen komt te staan.